Mike Oldfield – Return to Ommadawn

Hoewel Mike Oldfield al jaren als kluizenaar leeft… op de Bahama’s, live zien we hem zelden, blijft de man gelukkig wel muziek maken. Nog steeds alle instrumenten zelf inspelend, sinds hij ruim 40 jaar geleden zijn eerste plaat Tubular Bells mocht opnemen voor Virgin label van biljardair Richard Branson. 

Het 25ste studio album Man on the Rocks (2014) was weer eens een echte rockplaat. Mike Oldfield ziet zich dan ook voornamelijk als gitarist. Samen met the Struts brengt hij steviger materiaal dan wat we van hem gewend zijn. Dit jaar staat in het teken van een terugkeer naar de roots halverwege jaren ’70. Voor we het decennium betreden waarin hij vooral uitblinkt met fraaie singles als Family Man en Moonlight Shadow. De multi-instrumentalist zal met gemengde gevoelens terug kijken naar die periode. Ondanks het gigantische succes komt niet alleen zijn moeder te overlijden, Mike raakt langzaamaan zelf in een depressie en zoekt zijn heil in de drugs.

Soundscapes

Net na de dood van zijn moeder komt Ommadawn uit in oktober 1975. De plaat leer ik zelf pas later kennen dan To France of Tubular Bells. Tubular Bells vreesde ik als kind, niet vanwege het gebruik in the Exorcist, maar door de spannende avonturen van Bassie en Adriaan. Oldfield en tijdsgenoten Focus en Vangelis leerde ik voornamelijk onbewust waarderen door die vervelende clown en acrobaat. Sinds ik als klein jochie met een kinderkeyboard aan de slag kon (met ingestelde Wake Me Up Before You Go Go melodie), ontstond er een voorliefde voor de synthesizer.

Laat de muzikale overgang van de 70’s en de 80’s nou net enorm gedreven worden door het elektronische klavier. Check de geweldige BBC documentaire Synth Britannia maar eens. Daarin horen we de gasten van OMD (Orchestral Manoeuvres in the Dark) enthousiast praten over de eerste tour van Kraftwerk in de UK in 1975. De aanzet om net als Bernard Sumner van Joy Division en New Order een eigen synthesizer te maken. Kraftwerk gebruikte immers ook DIY aparatuur afgewerkt met aluminiumfolie.

De spacende soundscapes van Spiral of kerstkraker In Dulce Jubilo klonken thuis regelmatig door de woonkamer. Net als het geinige Portsmouth blijkt de Bach cover een bonustrack van Ommadawn. Beetje opvulling want de eerste platen van Oldfield bestaan niet uit liedjes, maar uit acts. Eén op de A kant en een tweede op de B kant. Dat principe is vanzelfsprekend gebruikt voor de sequel Return to Ommadawn.

Idioot

Virgin, vroeger de thuisbasis van Genesis, Janet Jackson en Culture Club nu Bastille, Rise Against en Circa Waves, hebben hun bestaansrecht te danken aan Tubular Bells en smeekt al jaren, logisch, om sequels van de eerste albums. Mike heeft echter altijd zijn eigen ding gedaan. Tegenwoordig luistert hij meer en meer naar zijn fans. Verwacht daarom al vast maar een vierde vervolg van de Exorcist theme. Nieuwe instrumenten zijn al in huize Oldfield. Dat hij nog altijd een geniale musicus is, liet hij zien tijdens de Olympische Spelen vijf jaar geleden in Londen.

Zelf loopt Oldfield al enkele jaren met het idee om een tweede Ommadawn te maken. Meestal monden de ideeën in iets anders uit. Deze keer is het echter raak want Return to Ommadawn klinkt heerlijk vertrouwd. Ik zal het 40 minuten durende instrumentale epos proberen te beschrijven in woorden. Gaat u mee? Vogeltjes klinken flierefluitend, de zon breekt aan en een nieuwe dag begint. Strak akoestische gitaarwerk volgt met een vleugje Flamenco.

Twee kenmerken die ook verweven zitten door het originele Ommadawn. De penny whistles als zonnestralen in de ochtend op het gezicht. New age toetsenwerk nemen je als Link mee door de wonderlijke wereld van Legend of Zelda. De prachtige albumcover helpt een handje en geeft, net als de muziek overigens, onze verbeelding de vrije loop. Ommadawn, anders dan Hergest Ridge, bestaat namelijk niet. Het betekent eigenlijk idioot in het Iers.

Variatie

Elektrische gitaren nemen ons mee in galop, tussendoor zorgt het glockenspiel voor kippenvel. Mandolines, banjo’s en ukelele’s roepen zuiderse taferelen op, terwijl Afrikaanse drumritmes ons halverwege meenemen over de woeste steppes. ‘’Born to be Wild!’’ De tribal beat werkt hypnotiserend, het gezang zorgt voor een trance. Een akoestische gitaar neemt ons sierlijk mee. Strijkers lijken de spanning verder op te willen bouwen maar we moeten onze adem nog iets langer inhouden. Gelukkig, na enkele power moves volgt een elektrische gitaarsolo die ons als een arend meeneemt door de blauwe lucht richting andere wonderlijke plekken op onze mooie Aardbol.

Vervolgens worden we veilig thuisgebracht en eindigt kant A zoals ie begon. Minder synths en symfonie als het originele Ommadawn, maar wel natuurlijker en avontuurlijker. Het creëren van terugkerende thema’s binnen het muzikale landschap, gebracht met een variatie aan karakteristieke instrumenten, dat is waar het om draait bij Mike Oldfield. De rode draad van het verhaal blijven de snaren aangezien hij op jonge leeftijd zichzelf heeft leren gitaar spelen. Zo staat de, inmiddels 63 jarige, Mike ook meestal op het podium.

Langs de andere kant blijft de Brit een control freak, een soort van gekke professor die zich een jaar opsluit in de studio. Net als contemporaries Jean-Michel Jarre, Jeff Wayne en Vangelis weet hij, hoewel minder spacy (nog geen Star Wars in ’75), als geen ander hoe je een memorabele soundscape tot leven wekt. Het eerste deel van de Return bouwt 20 minuten lang richting een cliffhanger. De Tafelberg is er niets bij. Hoe ontplooid zich dat dan op kant B? ‘’Draai de plaat maar om.’’ Zoals Bert en Ernie zo fijn kunnen zeggen.

Nostalgie

Wie A zegt moet ook B zeggen en dus begint de B kant opnieuw met verfrissend bespeelde snaren. Alsof we ons ‘s morgens even aan het wassen zijn bij een stromend beekje in de buurt. Een engelenkoor duikt op met gouden harpen, katten maken sprongetjes op de piano en verschillende snaarinstrumenten zoeken elkaar op. Natuurlijk doet de vleugel ook mee. Een warme bedoening. Bas- en elektrische gitaren nemen het roer over voor het volgende avontuur. Alsof Mike ons even meeneemt back to the future langs albums als Crises. On horseback again. Bekende elementen uit de A kant keren terug zoals de pennywhistle. Gitaargroeven herkennen we in het zand. We zijn hier ooit geweest. Het originele Ommadawn, alleen het landschap is veranderd.

Mike gooit er een fraaie gitaarsolo tegen aan, even die eagle eye. Het lijkt wel of we in het winterse landschap van de albumcover zijn terecht gekomen. Ondertussen draven we verder. De wisselwerking van de diverse soorten gitaar werkt wonderwel. Daar heeft natuurlijk een klein jaartje studiowerk aan vast gezeten natuurlijk. Alles past. Niks klinkt over geproduceerd. Nergens noemenswaardige filler. Ommadawn komt weer tot leven. Halverwege Part Two komt de kerstmis spirit om de hoek kijken. De Bodhrán klopt even aan en trekt ons gelijk weer het avontuur in. Snaren worden wild bespeeld maar de elektrische variant leid ons richting nieuwe oorden.

On Horseback

Net als op de A kant schieten we ook nu weer een zijweggetje in, waar de gitaren even vrij kunnen bewegen. Een mandoline moeit zich even maar de rust lijkt teruggekeerd. Mijmerend rolt de muziek vooruit. Geen vuiltje aan de lucht maar toch lijkt er iets. Een hoog fluitje vraagt de aandacht. Respons is er altijd van de elektrische gitaar. De Ierse trommels gaan van stal want ja hoor daar is de verrassing. Een vervolg op On Horseback, de song die achter het originele Ommadawn tweeluik was geplakt. Als je goed luistert hoor je de kinderen de tekst van het origineel zingen.

Mooi die saamhorigheid. Een fijn folkoristisch einde van een memorabele, muzikale reis met Mike Oldfield. Iets wat maar weinigen kunnen creëren, laat staan bedenken. Zelf liet hij al doorschemeren met een vierde Tubular Bells bezig te zijn. Hopelijk zorgt het ervoor dat hij ook nog eens live te bewonderen valt. Even verdwijnen van uit het hier en nu en mee on a trip with Mike. On Horseback vat trouwens tekstueel zowel Ommadawn als Return to Ommadawn goed samen.

Hey and away we go

Through the grass, across the snow

Big brown beastie, big brown face

I’d rather be with you than flying through space.

So if you you feel a little glum,

To Hergest Ridge you should come.

In summer, winter, rain or sun,

It’s good to be on horseback.

Hm!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *